Deelmobiliteit en verzekeringen

Deelmobiliteit kan een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van de duurzaamheidsdoelen van de overheid. Denk bij deelmobiliteit bijvoorbeeld aan deelauto’s, deelscooters en deelfietsen.

Hoge verzekeringspremies

Er kleeft ook een keerzijde aan deelmobiliteit. Deelmobiliteit lijkt een negatieve invloed te hebben op de premies die betaald moeten worden voor verzekeringen gekoppeld aan deelauto’s, deelscooters en deelfietsen. Verzekeraars van deelmobiliteit komen maar moeilijk uit de rode cijfers en veel platforms voor deelmobiliteit hebben in hun korte bestaan al te maken gehad met forse premieverhogingen en beperkingen van hun polisvoorwaarden, met als oorzaak de slechte schaderesultaten in deze (relatief) nieuwe markt van verhuur. Dit volgt uit het Onderzoek Mobiliteitsverzekering van AON uit 2023 (te downloaden via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/11/11/onderzoek-mobiliteitsverzekering). Terwijl de vraag naar deelvoertuigen toeneemt, kampen veel van dit soort voertuigen (zoals deelauto’s) met schade. Hierdoor is voor verzekeraars de verhouding tussen premie en schade scheefgegroeid.

Oplossingen verzekerbaarheid

Om deelmobiliteit verzekerbaar te houden, zijn juridische oplossingsrichtingen denkbaar. Noortje Lavrijssen en Colette Cuijpers hebben deze juridische oplossingsrichtingen in kaart gebracht in een publicatie in het online tijdschrift VAST. Daarbij ligt de focus op de verzekerbaarheid van deelauto’s. Voor deelauto’s geldt dat het huidige wettelijke systeem – zoals vastgelegd in de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (‘WAM’) – er op dit moment voor zorgt dat er een verzekeringsplicht rust op de bezitter of houder van een motorvoertuig, en dus niet op de gebruiker van een deelauto.

Denk voor juridische oplossingsrichtingen bijvoorbeeld aan de introductie van een mobiliteitsverzekering. De mobiliteitsverzekering is in de kern een aansprakelijkheidsverzekering en dekt zowel de schade aan het voertuig zelf als de schade die door het voertuig aan derden is veroorzaakt. De mobiliteitsverzekering sluit aan op de WAM-dekking, maar het ís geen verplichte WAM-verzekering. Het is namelijk niet de bezitter of houder van het voertuig die deze verzekering afsluit, maar de feitelijk bestuurder van het voertuig. Op dit moment is het niet mogelijk om de verzekeringsplicht op grond van de WAM te verschuiven van de mobiliteitsaanbieder naar de bestuurder van het deelvoertuig, omdat de WAM in art. 2 lid 1 bepaalt dat de verzekeringsplicht rust op de bezitter van een motorrijtuig en degene op wiens naam de auto in het kentekenregister is ingeschreven. Er zal dus een wetswijziging nodig zijn om een verzekeringsplicht voor de feitelijk bestuurder van een voertuig te realiseren.

Een andere oplossingsrichting die wel zonder wetswijziging mogelijk is, is om de bestuurder van het deelvoertuig een eigen verzekering te laten afsluiten naast de (verplichte) WAM-verzekering van de deelmobiliteitsaanbieder. De bestuurder van het deelvoertuig sluit dan een aansprakelijkheidsverzekering af. In geval van schade kan de benadeelde dan kiezen bij wie hij de schadeclaim indient. Om samenloop van verzekeringen te voorkomen, kan in de polisvoorwaarden een clausule worden opgenomen die bepaalt welke verzekeraar de schade uiteindelijk moet dragen. Het voordeel van deze oplossingsrichting is dat de schadelast kan komen te rusten op de verzekeraar van de bestuurder, als de samenloopbepaling tenminste bepaalt dat het de verzekeraar van de bestuurder is die de schade uiteindelijk moet dragen. Dat betekent dat de consequenties voor de verzekeringspremie dan voor de bestuurder zelf zijn, hetgeen (mogelijk) een prikkel oplevert voor de bestuurder van het voertuig om een zodanige rijstijl aan te nemen, dat schade veroorzaakt aan of door het voertuig zo veel mogelijk voorkomen wordt door de bestuurder. Voor deze oplossingsrichting geldt wel dat een bestuurder van een deelvoertuig er niet vrijwillig voor zal kiezen om zo’n (aanvullende) aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, omdat dit tot extra kosten leidt. Deze verplichting zal daarom contractueel overeengekomen moeten worden met de gebruiker van het deelvoertuig. Een alternatief voor een verplichting zou kunnen worden gevonden in het verlagen van het tarief van het gebruik van een deelauto wanneer de bestuurder zo’n (aanvullende) aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten.

Nog een andere oplossingsrichting kan worden gevonden in de directe verkeersverzekering. Bij zo’n directe verkeersverzekering is voor de vergoeding van de schade niet relevant welke partij aansprakelijk is. Dit wordt ook wel een first party-verzekering genoemd. Ook voor deze oplossingsrichting geldt dat hiervoor een wetswijziging nodig is.

Wil je hierover meer lezen? Bekijk dan de publicatie:

N. Lavrijssen & C. Cuijpers, ‘Oplossingsrichtingen voor het verzekeren van deelmobiliteit’, VAST 2026/W-001

Noortje Lavrijssen

10 april 2026